De Kerk

Martinikerk.

 Gebruik van de Martinikerk door de eeuwen heen.

De Martinikerk staat in Franeker vanaf de 2e helft van de 14e eeuw.

Gedurende een kleine 700 jaar is deze kerk gebruikt als

 

– plaats van sacramentele handelingen,

 

– plaats voor de samenkomst van de christelijke gemeenschap

 

– begraafplaats,

 

– vergaderplaats van magistratuur,

 

– overdekte plaats waar markt gehouden kan worden,

 

– wijkplaats in tijden van oorlog en bij hoog water

 

– aula van de universiteit

 

– statussymbool van de stad

 

– concertruimte rondom het (stads)orgel).

 

– wandelruimte

 

In de 700 jaar van het bestaan heeft het kerkgebouw heel veel verschillende zowel kerkelijke als burgerlijke functies gehad. En veel verschillende visies gekend ten opzichte van de organisatie van kerk en geloof, de verhouding kerk en staat, de inhoud van het christelijk geloof en op de vormgeving van de christelijke vieringen.

 

 

 

Gebruik van de Martinikerk nu

 

Toren is eigendom van de stad Franeker.

 

– Luidklokken zijn eigendom van de stad Franeker

 

– Gebouw is eigendom van de Protestantse Gemeente Franeker

 

– Orgel is eigendom van de Protestantse Gemeente Franeker

 

– Inventaris, banken, stoelen, zilvergerei en bijbels (alles wat in het gebouw staat) zijn van de Protestantse Gemeente te Franeker.

 

Toen de Martinikerk gebouwd werd zag niet alleen de stad Franeker er anders uit, maar ook de wereld van stadsbestuur, kerkbestuur, theologie en geloof.

 

 

 

De Martinikerk is gebouwd als kerk voor en door de stad Franeker dit in tegenstelling tot de vroegere Academiekerk of Gasthuiskerk in de Vijverstraat. Deze kerk was gebouwd voor en door monniken die toen een groot klooster hadden aan de Academiestraat.

 

De christelijke kerk uit de middeleeuwen was een kerk die nogal verschilde van de kerken zoals wij die nu kennen. De organisatie was onduidelijk. Vaak bepaald per streek stad of dorp. Als naam van de kerk wordt gebruikt “katholiek” in de betekenis van “algemeen”. In deze middeleeuwse kerk kende men heel veel verschillende richtingen, ideeën, bestuursvormen, inrichtingen van gebouwen, uitingen van geloof.

 

De kerk bestond niet. Elk dorp, elke stad, elke streek en elk land had zo z’n eigen variant van het katholieke of algemene geloof. In grote trekken: Romeins, Gallisch (noord en zuid), Germaans (noord, zuid en oost), Fries, Brits, Schots en Iers. Eenheidskerken zijn pas ontstaan in later tijd. (Renaissance, Reformatie en Contrareformatie).

 

Voor ons van belang is de Friese kerk. Een uiterst eenvoudige vormgeving en uitwerking van het christelijke geloof. Kerkgebouwen niet of nauwelijks versierd. Geen duidelijke hiërarchie onder de geestelijken. Per dorp, stad of grietenij was men zelfstandig. Pausen en bisschoppen waren voor zover zij erkend werden heel erg ver weg. In de Friese gebieden was een duidelijke bijbelse oriëntatie.

 

Slechts de rijke steden, de rijke kloosters, en sommige rijke dorpen beschikten over delen van de bijbelse boeken. In de kerkelijke diensten kende men meestal geen “hoge liturgieën”. Eenvoud als kenmerk. De geestelijken heetten toen Curijten: (of afgeleid van “curare”- zorg dragen voor, of afgeleid van “Kurios”- Heer) De Curijten hadden geen of nauwelijks opleiding, waren altijd gehuwd, deden hun kerkelijk werk naast hun hoofdberoep.

 

Kerk in drieën

 

De Martinikerk is als zoveel kerken in Friesland, Noord Duitsland en Polen gebouwd in een drieslag. (3 kerken onder één dak).

 

Doopkerk of Baptisterium (aan de westkant) Middenkerk voor algemeen gebruik (middengedeelte) en de Sacramentskerk (het koor aan de oostkant).

 

Het getal 3 staat voor de goddelijkheid.

 

 

 

Theologisch kende men de meest uiteenlopende stromingen. Sommige Curijten gaven hele goede bijbelse preken. De meesten bepaalden zich alleen tot ceremoniën. Men kende verschillende visies op bijbel, en op de sacramenten.

 

Met name hier in Friesland was het kerkelijk gebeuren laagdrempelig. Ook heel individualistisch. Men ging naar de kerk als men daar zin in had. In de kerken vond men waar men behoefte aan had. De kerkgebouwen waren niet of nauwelijks versierd. Uiterste eenvoud. Haast nergens pracht en praal. Iedere Curijt leefde op zijn eigen terp en van hogere geestelijkheid, (pausen en bisschoppen), voor zover zij die erkenden, trok men zich hier niets aan. Ze stonden in dienst van de stad. De dorpscurijten stonden in dienst van de grietman

 

Gebruik van de kerk. Van de kerk werd het middengedeelte druk gebruikt. In de middenkerk stond de preekstoel. Als er gepreekt werd stonden de mensen die dit wilden aanhoren er omheen (vrouwen mochten zitten) Dit middengedeelte werd profaan gebruik voor van alles en nog wat. Er werden vergaderingen in gehouden, er werd soms markt in gehouden. Omdat Franeker een rijke stad was werd er ook een orgel geplaatst voor concerten. Voor kerkelijke muziek gebruikte men geen orgel!

 

In de Middenkerk werd begraven. Kinderen speelden er en ook honden waren aanwezig (men kende toen hondenslagers die erop moesten toezien dat honden buiten de Doop- of Sacramentskerk zouden blijven.

 

De hele kerk (behalve het koor) was ook een toevluchtsoord bij hoog water. Mensen en vee waren veilig bij overstromingen maar ook in tijden van oorlog.

 

 

 

Gebouw en symboliek

 

Ingangen waren vanouds aan de noordzijde (vrouwenkant) en aan de zuidzijde (mannenkant). Hele theorieën zijn bedacht om een verklaring te geven aan dit onderscheid. Heel speculatief: gedacht wordt dan aan noordkant = koudekant = kant van zonde en dood. Dankzij de appel van Eva is de zijn zonde en dood in de wereld gekomen. Daarom noordkant vrouwenkant. De zuidkant is dan de warme kant, de kant van het leven. Daarom zou de zuidkant de mannenkant zijn. Leuk middeleeuws bedacht .

 

Een betere theorie is dat vroeger aan de noordzijde van het hoofdaltaar een afbeelding was van Maria en aan de zuidkant een van Johannes. Een heel gewone theorie: omdat de preekstoel vroeger vrijwel altijd aan de noordzijde van een kerk hing, en slechts de vrouwen zitplaatsen hadden die direct om de preekstoel stonden, was de noordkant van een kerk daardoor een vrouwenkant.

 

In de bouw is de nodige symboliek verwerkt. Rond het koor 12 pilaren. Deze verwijzen naar de 12 apostelen èn naar de 12 artikelen van het christelijk geloof (de artikelen zouden geschreven zijn door de apostelen). In veel kerken waren op deze pilaren ook de betreffende heiligen en het betreffende artikel afgebeeld.

 

De Middenkerk (het middengedeelte) heeft 8 pilaren. Deze verwijzen naar de 8 dagen van de week (van zondag tot zondag). Andere uitleg is dat ze verwijzen naar de 8 zaligsprekingen.

 

De Doopkerk, (het westelijke gedeelte) heeft 6 + 4 pilaren. Deze zouden kunnen verwijzen naar 10 geboden, de wet van God.

 

In totaal kent Martinikerk 30 pilaren. Kan verwijzen naar de 30 jarige leeftijd van Jezus toen hij optrad in Israël.

 

In de vroege middeleeuwen, toen de kerken (romaans, romantisch) schemerdonker waren van binnen waren vrijwel al de muren en pilaren beschilderd. Toen in de late middeleeuwen de kerken (tijd van de gotiek) helder en licht van binnen moesten zijn, zijn de meest muurschilderingen of verwijderd, of met de witkwast weggewerkt.

 

Op sommige pilaren van de Martinikerk zijn fresco’s teruggevonden. In deze fresco’s was veel symboliek verwerkt. Bij de ingangen mannenzijde (de ingangen aan de vrouwenzijde zullen doorgaans gesloten zijn geweest vanwege tocht en koude)

 

St.Martinus als Frankische patroonheilige van de kerk, en St.Clothilde als de belangrijkste heilige van de Frankische kerk. (Franeker behoorde tot het Frankische rijk en dat moest iedereen weten)